Spanje: 23 tot 29 februari 2008

'Je moet echt naar El Torcal', suggereert de Duitse vakantieganger, ook onderweg naar Andalusië en op het vliegveld van Düsseldorf voor me in de rij. En, 'heb je al een kaartje voor het Alhambra?' Terwijl de rij langzaam opschuift, lees ik in het boek van Javier Marías, deel 1 van 'Tu rostro mañana'. Ik schrijf op: El Torcal, natuurpark. En ook deel 2 van dit boek. En misschien ook al meteen deel 3.

Hoe kijken mensen naar hun eigen leven? Die vraag roept Marías op. Er zijn er veel die zichzelf zien als de hoofdpersoon in een verhaal. Dat verhaal moet wel een goed verhaal worden. Met een begin, midden en einde. Een interessante gedachte. Ik vraag me af of ik zo mijn leven beschouw; als een verhaal dat nog een mooi vervolg moet krijgen. Deze vakantie is dan misschien een alinea.

Huppert

Veel kunst deze week. Kunst heeft niet altijd en overal dezelfde betekenis gehad. Kijk naar de religieuze kunst, de portretten van hoogwaardigheidsbekleders, decoratieve kunst of de schilderijen die een commentaar op de maatschappij willen zijn. Dat is een van de lessen die ik uit een boek van Ernst Gombrich haal; een boek van twee kilo over kunstgeschiedenis dat ik deze vakantie bijna voortdurend meesleep. Het ging om devotie, het ging om imponeren, verfraaien of inspireren, het ging om commentariëren en protesteren. Je hebt kunstenaars die de traditie doorbreken en je hebt kunstenaars die in een bepaalde traditie staan. Picasso, geboren in Málaga, is een verhaal apart. Wat wilde hij overbrengen? Waarom schilderde hij zoals hij schilderde?

paul delvaux

Geen antwoord hier. Maar dwaal uren door het Picasso-museum en ook langs de expositie met schilderijen van Paul Delvaux, een Belgische artiest, in het Fundación Pablo Picasso. In het Picasso-museum is een expositie met foto's uit de beginjaren van de fotografie tot de jaren 50 van de 20e eeuw. Met Lee Miller, Man Ray, Tina Modotti, Henri Cartier-Bresson en André Kertész. De lo humano (van de mens), want vanaf de geboorte van de fotografie heeft de mens de hoofdrol voor de camera. De fotografie was een nieuwe manier van expressie en een nieuwe taal om de werkelijkheid in de kunst te representeren, zo staat in de expositie-informatie.

Een ander hoogtepunt in Malaga is het Museum voor Moderne Kunst. Anders dan het Picassomuseum komen hier heel weinig bezoekers. Maar ik zie er werken van Roni Horn, die bijvoorbeeld honderd foto's van Isabelle Huppert had gemaakt. En nog honderden andere portretten.

Boabdil

Mariano Rajoy, lijsttrekker van de rechtse Partido Popular (Volkspartij) maakt anderhalf uur lang premier José Luis Rodríguez Zapatero van de socialistische PSOE voor leugenaar uit. Met name het beleid rondom ETA is volgens Rajoy helemaal verkeerd. "Jullie hebben een uiterst negatieve en zelfs destructieve oppositie gevoerd, de afgelopen vier jaar"; dat is het weerwoord van Zapatero. Ik kijk naar het groots aangekondigde televisiedebat. Met 13 miljoen Spanjaarden die volgende week mogen stemmen, zo lees ik de volgende dag in El País.

Dan ben ik al in Granada. En wie als toerist Granada noemt of zelfs Andalusië, noemt haast automatisch Al Alhambra. Dinsdagochtend is gereserveerd voor het Alhambra. Vooraf boeken, want de Unesco heeft quota gesteld voor bezoekersaantallen.

Boabdil en los reyes. schilderij van Francisco Padilla Ortiz

La Alhambra heet zo ('qa'lat al-Hamra' betekent rood kasteel) vanwege de rode kleur van de muren. Het staat op een heuvel aan de rand van de stad. Binnen het complex waren behalve het paleis, moskeeën, werkplaatsen, scholen. De geschiedenis van het Alhambra begint in de 9e eeuw als Sawwar ben Hamdun hier een vluchtplek zoekt vanwege de strijd in het kalifaat Cordoba. In 1238 komt de eerste van de Nasriden. Het paleis van de Nasriden-familie is de mooiste plek van het Alhambra. Te danken ook aan Yusuf I en Mohamed V, beiden 14e eeuw. Overal zie je sierlijke inscripties en het familiewapen meldt: 'alleen Allah overwint'.

Nog één alinea geschiedenis over het Alhambra. Nadat los reyes católicos in 1492 Granada hebben veroverd, en Fernando en Isabel (de katholieke koningen) van Boabdil de sleutel krijgen, wordt het Alhambra een koninklijk paleis. De plek waar Boabdil zich omdraaide naar Granada, heet nog steeds el último suspiro del Moro (de laatste zucht van de Moor). Daarbij zou zijn moeder hebben gezegd: "Huil als een vrouw om wat je als een man niet kon verdedigen."

Nana

"Hoe heet dit?" vraag ik, luisterend naar een lied van Manuel de Falla in het Centro Cultural Manuel de Falla. Het centrum is naast het huis waar de componist woonde en het Alhambra. Samen met een Griekse Erasmus-studente ben ik de enige bezoeker van de expositie. We zijn even hiervoor rondgeleid door het huis van de kleine, hypochondrische man die hier met zijn zus woonde. Op foto's een elegante dandy, met vrienden zoals Federico Garcia Lorca en collega's zoals Claude Debussy. De Falla vertrok in 1939 naar Argentinië en kwam niet meer terug. Het lied? Dat is 'Nana', een van de siete canciones populares españolas.

Kunstenaars zoals het duo Gilbert & George, Enrique Morente en Roni Horn hebben het museumhuis van Lorca in Granada bezocht om daar iets voor te maken. Eenzelfde project is ook uitgevoerd in het huis van Nietzsche in Sils-Maria, Zwitserland. Een paar keer per dag is er een rondleiding. Ik moet een uur wachten, maar het is 20 graden in het park rondom het huis en ik ga zitten onder de lentebloesem. Met de twee kilo van Ernst Gombrich. Later loop ik met een groepje Spaanse toeristen over beneden- en bovenverdieping van het huis, onder meer langs een expositie over de Franse dichter Arthur Rimbaud. In bepaalde opzichten een geestverwant van Lorca. Lorca (1898 - 1936), bevriend met Buñuel en Dali, invloedrijk dichter en toneelschrijver, en openlijk homoseksueel, werd tijdens de Spaanse burgeroorlog vermoord door de nationalisten van Franco.

Adela

Johann, de hoofdpersoon in Stellet Licht (En er was licht), begint gezeten aan de keukentafel zodra zijn gezin na het ontbijt vertrokken is, te huilen. Eerst ingehouden, zonder geluid, maar langzamerhand steeds luider. Minutenlang. Alles duurt minutenlang in deze film, de simpelste handelingen, de eenvoudigste gesprekken. Er zijn maar vier of vijf kijkers vandaag in Malaga. Met mij zien ze deze film van de Mexicaanse regisseur Carlos Reygadas over een mennonietengemeenschap in het noorden van Mexico. Over immigratie gesproken - ik lees 'Het land van aankomst' van Paul Scheffer aan het einde van mijn korte vakantie - deze mennonieten zijn blijkbaar nooit echt aangekomen in Mexico. Ze vormen een in zichzelf gekeerde gemeenschap. Maar daar gaat deze prachtige film niet over. Hij gaat vooral over Johann en zijn verscheurdheid tussen de dagelijkse liefde voor zijn vrouw en de spannende liefde voor een ander. 'Hypnotiserend mooi', aldus 8weekly.

la soledad

Stellet Licht is een van de vier films die ik zie. De andere zijn Juno (best aardig), No country for old man (enorm spannend) en La Soledad. La Soledad is een film van Jaime Rosales, winnaar van drie Goya's (Spaanse Oscars). Een film in grijstinten, zo is mijn eerste indruk. Geen enkele poging om het mooier te maken; alleen maar zo realistisch mogelijk. Er lopen twee verhalen door elkaar die elkaar soms raken. Ze gaan over twee vrouwen: Adela en Antonia. Adela, gescheiden en moeder van een zoontje van dertien maanden, verlaat het dorp waar haar vader en ex achterblijven en gaat naar de stad. Antonia drijft een buurtwinkel. Haar leven wordt sterk bepaald door de problemen van haar volwassen kinderen. Op het moment dat er een terroristische aanslag wordt gepleegd op de bus waarin Adela en haar zoontje zitten, in een dagelijks gesprekje met een kennis, zit ik totaal aangeslagen in de bioscoopstoel. Zo uit het niets, zo willekeurig, zo onontkoombaar, zo tragisch. De film is dan al ruim een uur bezig. Het leven van Adela en Antonia heeft ups en downs, maar dit is voor mij het keerpunt in de film.

Mariano

"Gebeurt hier iets speciaals morgen?" vraag ik. Donderdag 28 februari is 'El Dia de Andalucía', feestdag waarop de winkels gesloten en ook heel veel ontbijtcafé's. Het is even zoeken voor krantje, koffie en croissant. Een heerlijk moment elke dag.

Ik neem de bus naar Güejár Sierra, 40 minuten klimmen tot ongeveer 1100 meter hoogte. In de verte zie ik de sneeuw op de toppen van de Sierra Nevada. Van de meisjes van het toeristenbureau heb ik een wandelkaart gekregen met beschrijvingen van een aantal routes. In dezelfde bus, om 9 uur 's morgens de vroegste bus op deze feestdag, zitten meer wandelaars. Een groepje Spanjaarden heeft een tent bij en wijst me op de meerdaagse wandeling die zij gaan maken. ik kies voor een korter traject: een bergwandeling van een kilometer of 15. Om half 3, ruim op tijd voor een middagmaal van paella en bier, ben ik weer terug in het dorpje.

En tegen de avond keer ik weer terug naar Granada. Daar is het druk op straat. Als ik zie dat mensen voor me aarzelen bij de toegang naar de Caja Rural waar blijkbaar een expositie is, loop ik langs hen heen naar binnen. Het gaat om Mariano Bertuchi, een schilder die in Granada werd geboren, maar zijn werken in het begin van de 20e eeuw maakte in Marokko. Aquarellen over het dagelijkse leven in die tijd daar. Misschien was dat wel zijn favoriete werkplek, zo wordt gesuggereerd op een website met biografieën van honderd meer en minder bekende granadinos, omdat hier de kleuren van Granada en het licht van Málaga samenkomen.


De foto's staan hier.